Transformatieve mediation beschrijft een unieke benadering van conflict interventie die voor het eerst beschreven werd door Robert A. Baruch Bush en Joseph P. Folger in 1994 in “The Promise of Mediation”. Sindsdien is is er veel onderzoek naar gedaan.

Zoals samengevat door Della Noce, Bush & Folger (2002), kijkt de transformatieve benaderingop een sociale / communicatieve manier naar conflicten tussen mensen. Volgens dit model representeert een conflict allereerst een crisis in een menselijke interactie – een interactionele crisis met een enigszins gewoon en voorspelbaar karakter. In het bijzonder zorgen conflicten ervoor dat mensen zichzelf en hun beeld van de ander destabiliseren, waardoor zij gaan communiceren op manieren die meer kwetsbaar en ego-centrisch zijn dan voor het conflict. Deze negatieve dynamieken beïnvloeden elkaar aan alle kanten, waardoor er een vicieuze cirkel ontstaat die beide partijen in hun gevoel van ‘weakness’ en ‘self-absorbtion’ versterkt. Met als gevolg, dat de interactie tussen beide partijen snel slechter wordt en een wederzijdse destructief, vervreemdend en mensonterend karakter aanneemt. Volgens de transformatieve theorie is het gevangen worden in dit soort destructieve interacties voor de meeste mensen het meest significant negatieve impact van conflict. Het transformatieve model veronderstelt dat mensen, ondanks de potentiële destructieve impact van een conflict op de interactie, de bekwaamheid hebben om de kwaliteit van hun interacties zodanig te veranderen dat zij weer in hun kracht komen (the empowerment shift) en een betrekkelijke openheid of reactievermogen naar de ander (the recognition shift) kunnen tonen. Als deze positieve dynamieken elkaar beïnvloeden kan de interactie verbeteren en een opbouwende, verbindende en menswaardig karakter aannemen. Het model neemt aan dat de transformatie van de interactie zelf het belangrijkste is voor de strijdende partijen – nog meer dan genoegen nemen met gunstige voorwaarden. Daarom definieert the theorie de doelen van de mediator als het helpen van de partijen om kansen voor ‘empowerment’ en ‘recognition shift’ te identificeren en als deze in de gesprekken van de partijen ontstaan, te kiezen of en hoe men wil reageren op deze kansen, en dus de interactie te veranderen van destructief naar constructief (Bush & Pope, 2002).

In transformatieve mediation wordt succes niet per se gemeten door te schikken, maar door verschuiving van de partijen richting persoonlijke kracht, interpersoonlijke reactievermogen en opbouwende interactie. Als partijen met elkaar praten en naar elkaar luisteren, bouwen ze nieuw inzicht en begrip van hun eigen situatie op, ze kijken kritisch naar de mogelijkheden en nemen hun eigen beslissingen. Die beslissingen kunnen schikkingsafspraken inhouden, maar niemand wordt gedwongen een beslissing of overeenkomst te maken. De uitkomsten zijn volledig in de handen van de partijen en onderhevig aan hun eigen keuzes. Doeltreffende mediation is gericht op het ondersteunen van ‘empowerment’ en ‘recognition shift,’ door partijoverleg en besluitvorming en standpunten tussen de partijen toe te staan en aan te moedigen, op verschillende manieren. Een bekwame transformatieve mediator werkt met een microfocus op communicatie, identificeert kansen voor ‘empowerment’ en ‘recognition’, terwijl die kansen verschijnen in de gesprekken van de partijen zelf. De mediator reageert op manieren waardoor openingen verschijnen voor partijen om te kiezen of en hoe er iets mee te doen.

Het transformatieve kader is gebaseerd op en geeft een relationele ideologie weer, waarin wordt aangenomen dat mensen fundamenteel sociaal zijn – gevormd in en door hun relaties met andere mensen, wezenlijk verbonden met andere mensen, en gemotiveerd door een behoefte aan persoonlijke autonomie en constructieve sociale interactie (Bush & Folger, 1994; Della Noce, 1999).

(oorspronkelijke bron: Engelstalige Wikipedia – vrij vertaald naar het Nederlands)